Het ontstaan van
V.Z.W. Kon. Poppenschouwburg Van Campen
(Karel Van Campen, medestichter van het theater)
Een mijlpaal in het Antwerps Cultuurpatrimonium
In de traditie van het Poesje van de Reep waarmee Pol van Bogaert, schoonbroer
van Jozef Jodocus Van Campen, reeds verbonden was, ontstond in 1935 het
Folklore Klein-Toneel der Van Campens. Het was een innovatie aangezien bij dit
poppenspel de poppen en de decors proportioneel overeen kwamen. Jan De
Schuyter, letterkundige en journalist van het Handelsblad betoonde meteen grote
belangstelling. Het was een nieuwigheid in het poppenspel, men kon er werkelijk
toneel op spelen, vandaar de allereerste benaming: Antwerps Folklore
Klein-Toneel.
In 1937 werd een variant van dit oorspronkelijke poppenspel gecreëerd en
gerealiseerd
en de vaste norm werd aangenomen dat alles van op 1/5 van de werkelijkheid
zou gemaakt worden. Sinds 1936 gaf het gezelschap Van Campen ook
reisvoorstellingen
en op 26 oktober 1948 had de belangrijke première plaats van het
stuk “Neus de Schavies” waarbij gouverneur De Clerck en Burgemeester
Craeybeckx de vertoning bijwoonden.
(scène uit De zwarte ruiter)
Wat het schouwspel voor volwassenen betreft, had dit Folklore Klein-Toneel een
niet onaardige faam opgebouwd. Voor het familietheatertje werd de kelder van het
ouderlijk huis van de Van Campens, in de Stoofstraat nabij de Hoogstraat te
klein.
De belangstelling groeide gestadig en op 6 december 1949 heeft er voor de eerste
maal een vertoning plaats in de St.-Niklaaskapel aan de Lange Nieuwstraat
nr. 3. Mevrouw Craeybeckx en Mevrouw Detiège, de moeder van de voormalige
Burgemeester Leona Detiège, engageerden zich om deze vertoning ten bate van
Unicef te realiseren.
Het theater is volledig ingericht en het poppenspel is verhuisd van de kelder in
het
ouderlijk huis in de Stoofstraat nr. 14 in Antwerpen naar het St.-Niklaaspleintje.
De 500 jaar oude geklasseerde kapel, gebouwd door Pieter Appelmans, architect
van de kathedraal, krijgt haar bestemming waarmee ze reeds een halve eeuw
door de Antwerpenaren verbonden wordt. Ze biedt een onderkomen aan de
Poppenschouwburg Van Campen.
Poppenschouwburg Van Campen kent meteen een grote belangstelling, niet alleen
binnen de stad maar ook provincieoverschrijdend en vanuit het buitenland.
De contacten met Italië, Engeland, Duitsland, Frankrijk worden gelegd en
onderhouden.
Ook het gezelschap van het “Nationaal Bunraku Theater of Japan” vereerde
de Poppenschouwburg met een bezoek.
(Zaakvoerder Wilfried van der Auwera)
In 1985 viert de poppenschouwburg goud. In juni van dat jaar wordt zij
koninklijk
en wordt het gezelschap van Koninklijke Poppenschouwburg Van Campen plechtig
ontvangen op het Provinciehuis door gouverneur Andries Kinsbergen.
Het poppenspel dat we hier in Antwerpen kennen, vindt zijn oorsprong in Sicilië,
waar men volks poppenspel had met als hoofdfiguur de “Pulcinella”. Deze figuur
werd door de Lombarden, huursoldaten tijdens de Spaanse overheersing, in onze
streken geïntroduceerd. Die Pulcinella-figuur die u misschien wel kent als de
gebochelde
figuur met een grote neus, werd op die manier ook hier in de lage landen
een beetje een volksheld.
In Antwerpen hebben de “Poesjenellentheatertjes” (waarvan er rond de
eeuwwisseling
nog een tiental bestonden) deze Pulcinella omgevormd tot enerzijds “De
Neus”, de Pulcinella had ook een grote neus, de “Bult” van de bochel van de
Pulcinella en er werd ook een derde kleurrijke figuur aan toegevoegd: “De
Schele”,
die stottert waardoor het geheel van de menselijke gebreken wat completer werd
gemaakt, zodat alles typisch volkser werd en nog wat plezanter. Ondanks zijn
spraakgebrek is de Schele helemaal geen meelijwekkend personage. Met zijn
spitse opmerkingen ontketent hij integendeel de meeste enthousiaste reacties.
Koninklijke Poppenschouwburg Van Campen laat op de poppenvioer de oude
Antwerpse tradities en folklore van lange tijd geleden een beetje herleven, zij
het
dan op verkleinde schaal. Elke opvoering wordt door de acteurs-poppenspelers
“live” gebracht en daarbij worden de dialecten in alle toonaarden gebruikt. Af
en
toe wordt met een knipoog naar de actualiteit een kwinkslag ingebracht en de
lachsalvo’s blijven dan ook niet uit.
(scène uit Spaans geweld op 't Scheld)
Heel belangrijk in dit gebeuren is de taal. Het Antwerps dialect viert hier nog
hoog
tij. En meestal is het ook nog zo dat hoe mooier het Nederlands is dat een
personage
spreekt, hoe slechter zijn karakter is. En daar nemen de Nederlanders die
deze schouwburg ontdekt hebben geen aanstoot aan. Deze voorstellingen zijn
geschikt van 8 tot 88jaar.(of ouder)
Van de poppenspelers worden er heel wat vaardigheden vereist, niet alleen wat
de stemtechniek betreft, maar ook het manipuleren van de stangpoppen vereist
heel wat kunde, bijvoorbeeld om het mechanisme in beweging te brengen dat de
benen doet stappen, waarbij ook de linker- en de rechterhand van de pop op een
soepele manier moeten kunnen bewegen. Deze poppen kunnen bijna alle menselijke
bewegingen op een natuurlijke manier nabootsen. Zij kunnen stappen, het
hoofd draaien, zij kunnen gaan zitten, zij kunnen iets vastpakken.
De tafeltjes, de stoelen, de bekertjes, de ramen, de huizen, het volledig decor
en
de attributen zijn natuurgetrouw samengesteld. Alles is met de hand gemaakt en
vaak hebben we te maken met reconstructies van straatjes of pleintjes uit het
Antwerpen van lang geleden.
Sinds 1994 spelen wij ook specifieke kindervoorstellingen, deze hebben dan weer plaats op woensdagnamiddagen en tijdens de schoolvakanties. Het poppenspel voor kinderen wordt steeds in het algemeen Nederlands gespeeld. Ook worden de kinderen tijdens deze voorstellingen betrokken bij het verhaal. De poppen en decors zijn karikaturaal gemaakt en spreken tot de verbeelding. Een kindervoorstelling duurt ongeveer één uur en 35 minuten en is geschikt voor kinderen van 4 tot en met 11jaar. Tijdens decorwisselingen is er een interactie met de kinderen in de zaal onder de vorm van zingen, vertellen of het aankondigen van een jarige in de zaal, die dan vooraan in de bloemetjes gezet wordt.
(de
dief: Broos Morgen, die weer op pad is)
In 1989 werd Benjamin Bervoets aangezocht om bij de poppenschouwburg te komen spelen.
(De
Neus)
In 1991 kreeg hij als hoofdpersonage "De Neus" voor zijn rekening. Vanaf 2004 kreeg hij de kans om zo'n beetje regie assistentie te doen. Vanaf speeljaar 2008-2009 kreeg hij de regie volledig voor zijn rekening. Er kwam een nieuwe vertolker voor de Schele en den Bult.
(Sint -Niklaasplaatske)
Waar kan je lekker eten en drinken bij ons in de buurt?
Een aantal links naar andere theaters en toffe gezelschappen